door Wendy van den Hurk. woensdag 19 november 2008 | 07:48 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 20 november 2008 | 20:26
Volgens het originele uitbreidingsplan zou Britannia drie meter naar voren komen, waardoor het zeezicht verder werd ingeperkt.foto Ruben Oreel
VLISSINGEN - Zij hebben er geen spijt van en het is dat de vergunningen niet zijn verlopen, anders zouden ze het zo weer doen. "Maar boemannen zijn wij niet", zeggen de bezwaarmakers tegen uitbreiding van Hotel Britannia.
Je zou kunnen stellen dat Jan van Son, Harry Pettinga, Harry Tattje en Hans van der Haven verantwoordelijk zijn voor de teloorgang van Britannia. Als zij niet waren gaan procederen, was het hotel nu vast nog open. Twee keer zo hoog, dat wel, en drie meter langer.
Nee, corrigeert Van Son. " Als wij serieus waren genomen, was het hotel misschien nog open geweest." De andere drie knikken mee in de huiskamer van Van der Haven, het zeezicht afgebakend door een grote muur.
"De omwonenden moesten maar inschikken en applaudisseren voor de plannen van meneer Buijs. En niemand die naar ons luisterde. Ik weet nog dat we in de kelder van de gemeente zaten bij de bezwarencommissie. Het was vier voor, vier tegen. 'Ik ben de vijfde', riep Tobias Meijers (destijds VVD-wethouder, red.), 'en ik ben voor!'"
En die keer dat ze bij de hoorzitting van de provincie waren. "Zat daar voorzitter Van Zwieten, van dezelfde partij als Meijers. 'Wat komen jullie doen', vroeg hij. 'Nou, 't is dat het van de wet moet.' Ik hoor het hem nog zeggen. En denk je dat er ooit iemand bij ons thuis kwam kijken wat onze bezwaren waren? Ja, de projectontwikkelaar. Die stond nog bij de verkeerde flat ook. En één keer een raadslid. Onacceptabel vond hij de uitbreiding. Maar bij de stemming was hij ineens voor."
Juist dáár werden ze opstandig van. "Als je zó gepiepeld wordt, zet je je hakken wel in het zand", betoogt Tattje. "Niet één reactie hebben we gekregen op ons bezwarenrapport. Terwijl we het toch bij alle raads- en collegeleden in de bus hebben gestopt."
" De gemeente geloofde niet dat ik zon in de tuin had", vertelt Van Son, " en dus kon ik ook geen bezwaar hebben. Ze schreven zelfs dat ik geen brandgang had. En óf ik die had! Zo waren al die argumenten. Op een gegeven moment had ik het gehad. Ik ben een eindje verderop gaan wonen."
Ze hebben alle mogelijke procedures aangegrepen. En vaak kregen ze gelijk; de rechter wist ook wel dat de wind als een gek rond de stalen poten zou gieren.
"Maar de gemeente mocht alles repareren", verzucht Pettinga. " Het heeft ons enorm op kosten gejaagd. We zijn met twaalven 36.000 gulden kwijt aan advocaatkosten."
Het heeft ze niets opgeleverd. Behalve een slecht imago dan. "Asociaal noemden mensen ons", zegt Van der Haven, hoofdschuddend. "Maar we zijn ook gebeld door Vlissingers die in de clinch lagen met de gemeente, voor advies. Kennelijk stonden we toch bekend als succesvol. Hoe het hotel er nu bij staat, dat is voor ons natuurlijk net zo vervelend. Het lijkt wel een achterbuurt. Niemand zit hierop te wachten. Wij evenmin. Maar ja, de projectontwikkelaar heeft de gemeente te pakken."
Hebben de bezwaarmakers toevallig niet zélf voor deze situatie gezorgd? Nee, daar willen ze niet van weten. " Als ik had geweten hoe het zou zijn gegaan", zegt Van der Haven, "en ik had er de tijd voor, dan zou ik er juist meer boven op zitten." Ja, ze zouden het zo weer doen. En de buren van Pettinga, aan de Van Woelderenlaan, zijn het nog steeds met hem eens, beweert hij. "Wij willen niet in de schaduw zitten, punt."