Geschiedenis van het eerste hotel Britannia van 1924 - 1944.
Sinds de opening in 1886 is het Grand Hôtel met wisselend succes geëxploiteerd. In de jaren '20 van de vorige eeuw was de situatie zelfs zo slecht dat werd gevreesd dat het hotel om speculatieve redenen in slopershanden zou vallen[6]. Met ingang van 1 februari 1924 werd het hotel geëxploiteerd door de Stoomvaart Maatschappij Zeeland die het hotel op een openbare veiling had gekocht. De stoomvaartmaatschappij was zich sinds 1922 meer op Engelse toeristen gaan richten en met het oog op de nieuwe doelgroep werd de naam van het hotel veranderd in Grand Hotel Britannia[7]. Als directeur werd B.J.H. van Dijk Soerewijn aangesteld die voorheen gerant van hotel Noordzeeboulevard in Vlissingen was. De nieuwe eigenaar moderniseerde het hotel op enkele punten waarna het op 19 april 1924 de deuren voor het eerst opende onder de naam Grand Hotel Britannia[8].

Foto: Archief Frank Berting | Grand Hôtel des Bains met 1 verdieping
In de winter van 1924-1925 volgt een grootscheepse verbouwing en uitbreiding van het hotel waarbij architect J.J. Notenboom in de arm wordt genomen, dezelfde architect die in 1885 het oorspronkelijke ontwerp voor het hotel maakte[9]. Ter vergroting van het aantal kamers werd er een verdieping op het hotel gebouwd. Verder voorzag de uitbreiding in de aanleg van een galerij aan de voorzijde, een lift, meer sanitaire voorzieningen, een donkere kamer waar hotelgasten hun filmpjes konden ontwikkelen, werden de eetzalen verbouwd en kreeg de concertzaal zijn beroemde verende dansvloer. De capaciteit van het hotel was met de uitbreiding opgeschroefd tot 220 bedden.

Foto: Archief Frank Berting | Grand Hotel Britannia met 2 verdiepingen
Ook met een nieuwe eigenaar bleek het moeilijk te zijn om van het hotel een winstgevende onderneming te maken. De Stoomvaart Maatschappij Zeeland besluit in 1938 het hotel af te stoten en wordt er gezocht naar een koper voor het hotel[10]. Net als in de jaren '20 het geval was ontstaat er een situatie waarin gevreesd wordt dat het hotel door speculanten wordt gekocht en plaats zal maken voor de bouw van huizen. Na de zomer van 1939 sluit het hotel de deuren. Dankzij de inspanningen van burgemeester C.A. van Woelderen is definitieve sluiting van het hotel voorkomen. Datzelfde jaar wordt de N.V. Britannia opgericht, waarin ook de gemeente Vlissingen deel heeft. Als uitbater wordt J.P. Tolhuizen aangetrokken die daarvoor directeur van hotel de Hooge Vuursche was[11]. Grand hotel Britannia werd op 8 mei 1940 feestelijk heropend[12].
Twee dagen na de heropening vielen Duitse troepen Nederland binnen en breken er opnieuw onzekere tijden aan voor Grand hotel Britannia. In de meidagen van 1940 is het hotel enige tijd in gebruik geweest als hospitaal nadat het Sint Josephziekenhuis was ontruimd. Aanvankelijk bleef het hotel geopend tot in 1942 de boulevard tot Sperrgebiet werd verklaard en deel ging uitmaken van de Atlantikwall. De Duitse bezetters situeerden in en om Hotel Britannia het hoofdkwartier van de 'Seekommandant Südholland' die het bevel voerde over alle eenheden van de Kriegsmarine die waren gelegerd langs de kust van Hoek van Holland tot aan Zeebrugge. Ter bescherming van de staf tijdens bombardementen werd in 1942 een tijdelijke hoofdkwartierbunker gebouwd die in 1943 werd vervangen door een bunker van een zwaardere gewapend betonconstructie ('Regelbau Fl 241'). Ook aan de achterzijde van het hotel en het achterliggende villapark werden bunkers gebouwd.

Foto: Fons Wijnacker
Juist de aanwezigheid van het Duitse hoofdkwartier zou noodlottig blijken voor Grand Hotel Britannia. Toen de geallieerde landing in de Vlissingse Slijkhaven op 1 november 1944 de bevrijding van de stad inluidde was niet alleen het hoofdkwartier van de 'Seekommandant' in de bunkers van Britannia gevestigd maar had ook de Vlissingse vestingcommandant die verantwoordelijk was voor de verdediging van de stad zich in de bunkers rond het hotel verschanst. Na twee dagen van gevechten in en rond de stad waren alleen het gebied rond de Buitenhaven en het hoofdkwartier in en om Grand Hotel Britannia nog in Duitse handen. In de vroege morgen van 3 november zetten commando's van de Royal Scots de aanval in op het hotel vanuit het achter de boulevard gelegen villapark. De tegenstand van de Duitsers die zich in en op het hotel hadden verschanst was hevig en de Schotse commando's verloren hun commandant en twee compagniescommandanten. Tijdens de gevechten werd het hotel door geallieerde fosforgranaten in brand geschoten waarna de Duitse troepen (zo'n 650 man) zich overgaven. Hoteldirecteur Tolhuizen en zijn echtgenote komen tijdens de strijd om het leven. Van het tot dan toe opmerkelijk ongeschonden Grand Hotel Britannia bleef na de gevechten niet meer over dan een smeulend geraamte.
Bron: Wikipedia/Hotel_Britannia
Met als verdere bronvermelding:
Middelburgsche Courant, 4 juli 1924, p. 4
Vlissingse Courant, 16 jan. 1924, p. 4
Vlissingse Courant, 22 april 1924, p. 4
Vlissingse Courant, 16 april 1925, p. 4
Vlissingse Courant, 24 dec. 1938, p. 10
Vlissingse Courant, 2 apr. 1940, p. 8
"De fundamenten van "Grand Hotel Britannia" werden gelegd in 1886. In die tijd onderhield de "Maatschappij Zeeland" vanuit Vlissingen een veerdienst op Engeland. Om reizigers de gelegenheid te bieden in alle rust de nacht voorafgaand aan de oversteek in de nabijheid van de haven van vertrek door te brengen. De Maatschappij gaf opdracht tot de bouw van een voor die tijd opmerkelijk luxe hotel: "Grand Hotel Des Bains". Ver weg van alle drukte, temidden van de duinen. Aan wat later Boulevard Evertsen zou heten. Beroemd werd de balzaal met de verlichte glazen dansvloer. Het had de allure, vergelijkbaar met die van het Scheveningse Kurhaus. De grootste attractie van het statige hotel vormde echter het magistrale uitzicht op de drukbevaren Westerschelde. Vanuit deze locatie richtte Colijn zich via de radio kort voor de Tweede Wereldoorlog tot het Nederlandse volk met zijn als geruststellend bedoelde woorden: "Gaat u maar rustig slapen....."
In de eerste dagen van november, inmiddels enkele jaren van gruwelijke oorlogvoering verder, jaartal 1944, vechten de soldaten van het regiment "The Royal Scotts" als leeuwen om het strategisch belangrijke Vlissingen in handen te krijgen. Dat zou de geallieerden de heerschappij over monding van de Westerschelde geven. En daarmee de controle over de verbinding vanuit de Noordzee naar de havenfaciliteiten van Antwerpen. Het statige hotel, in de dertiger jaren omgedoopt in "Grand Hotel Britannia" was vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers geconfisqueerd en als militair commandocentrum ingericht. De toenmalige directeur, Tollenaars, was bereid tot samenwerking. Of anders gezegd, tot collaboratie met de vijand. Wellicht omdat de bezetter gewoon betaalde. Waardoor het hotel na een reeks van verlieslatende jaren eindelijk rendement opleverde. Op 1 november 1944 concentreerden de geallieerden hun strijd vooral op Britannia. Sedert lang het hoofdkwartier van waaruit de Duitsers hun langzamerhand hopeloze militaire posities coördineerden. Twee etmalen lang duurde de belegering. Vlammenwerpers maakten tenslotte een eind aan alles wat zich aan leven in het hotel bevond. Inclusief dat van de directeur. Zijn echtgenote was al eerder gesneuveld. Toen zij in radeloosheid de eerste dag al het hotel trachtte te ontvluchten, dwars door de vuurlinies heen.
Na de bevrijding likte Nederland zijn wonden. En pakte energiek 's lands wederopbouw aan. De behoefte aan nieuwe schepen bezorgde de Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS) veel werk. Helaas voor Vlissingen ruilde de Maatschappij Zeeland zijn thuishaven in voor die van Hoek van Holland. De kans, dat Britannia spoedig zou worden herbouwd werd daardoor wel bijzonder klein.
Een gezamenlijk initiatief van de Gemeente Vlissingen, de KMS, Heineken en enkele particulieren leidde in 1955 tot de bouw van een nieuw restaurant annex theaterzaal. De Marshall hulp zorgde voor gedeeltelijke financiering. Met de oude naam, "Britannia", en op dezelfde locatie waar in 1886 Grand Hotel des Bains haar deuren opende. In 1960 werd het complex door toevoeging van vijfendertig 4-sterren hotelkamers en een drietal zalen geheel in oude luister hersteld. Opvallend kenmerk: over de hele breedte van het hotel een 1.20 meter hoge en 85 meter lange mozaïekrand van kunstenaar Louis van Roode. De flora en fauna der zeeën uitbeeldend."
Meer over het nieuwe Britannia van na de oorlog en hoe het haar verging kunt u verder lezen in dit pdf document.
Bron: PZC - Memoires van een oud-directeur: "Gerard van der Veen, directeur van Grand Hotel Britannia van 1966 tot 1974."