Architect Betekenis Britannia 10 februari 2009

De Bond Heemschut publiceeerde in 2009 het stuk getiteld: "Betekenis Britannia"

"Hotel Britannia in Vlissingen als belangrijke exponent van wederopbouw architectuur"

Drs Willem Heijbroek

1. De bouw van Britannia

In de tweede wereldoorlog hadden de Duitsers hun hoofdkwartier gevestigd in het toenmalige Grand Hotel Britannia (gebouwd in 1886), dat bij de bevrijding vrijwel volledig werd verwoest. De in 1939 opgerichte N.V. Britannia besloot om het toen noodlijdende hotel te redden, maar geld ontbrak daarvoor. Na de oorlog werden de ruines snel verwijderd, maar er bleek geen animo te zijn om grote investeringen in nieuwbouw te doen. Het duurde tot 1954 voordat de N.V. Britannia kon beginnen. Om het risico voor de ondernemers te verkleinen is besloten de bouw in twee fases te laten plaats vinden. Eerst kwam het paviljoen met restaurant, feest- en congreszalen en dienstwoning aan de beurt (1954/55).

Foto: Gerard van der Veen | Luxe kerstdiner in Britannia

Mede omdat de KSG een stijlvolle gelegenheid nodig had om belangrijke buitenlandse gasten en diverse groepen te ontvangen is tot de bouw van een luxueus hotel besloten. De opdracht daarvoor werd aan architect Joost Boks uit Rotterdam gegund. Hij had al ervaring opgedaan met prestigieuze gebouwen, zoals het bouwcentrum in Rotterdam. Zijn stijl kwam voort uit de Bauhaus beweging en was geïnspireerd op het werk van Ludwig Mies van der Rohe. Het bijzondere was dat hij hieraan een extra dimensie toevoegde door kunstwerken in het architectuurontwerp op te nemen. Zo zijn in het paviljoen van Britannia de mozaïeken van Louis van Roode op een zeer creatieve wijze verwerkt. Zij vormen, doordat ze niet alleen als fries op de balkonbalustrade zijn aangebracht naar ook naar binnen doorlopen, een eenheid met het gebouw. De voorgevel werd nog extra levendig door de toepassing van bruine kolenzandsteen wanden met onregelmatige kijkgaten. Aan de oostzijde werd als afsluiting van de parkeerplaats een lichtgekleurd rechthoekig betonnen sierraam aangebracht. De tweede fase bestond uit het hotelgedeelte, dat Bram Middelkoop in samenspraak met Joost Boks ontwierp, en dat in 1960 gereed kwam. Door de mozaïekband van Louis van Roode verder over de gevel door te trekken is de eenheid van het gebouw bewaard gebleven.

2. De architecten Joost Boks, Wout Eijkelenboom en Bram Middelhoek

2.1 Joost Boks als zelfstandig ondernemer

J.W.C. (Joost) Boks werd geboren in 1904. Na zijn studie aan de Technische Hogeschool in Delft werkte hij enige maanden als tekenaar bij Van Tijen. Zijn eigen bureau richtte hij in 1931 aan de Willemskade in Rotterdam op. Na wat kleine verbouwingen krijgt hij de opdracht een rijtje geschakelde huizen in Hillegersberg te ontwerpen. Deze zijn bijzonder vanwege het in elkaar grijpen van bouwmassa's en de toepassing van meerdere erkers. Dit was duidelijk afwijkend van de toen gangbare architectuur. Daarom krijgt hij vervolgopdrachten in de vorm van een aantal zomerhuizen en een kinderbewaarplaats in 1937. Een bijzonder zomerhuis is dat van Berkemeijer (1936), directeur van de Heineken brouwerij. Het bestaat uit een aantal horizontale en verticale elementen en een eerste toepassing van split level constructies. Zijn eerste samenwerking met kunstenaars is noodcafé de Kroon in de wijk Blijdorp, waar hij samenwerkt met Dick Elffers, die het interieur verfraait met een aantal muurschilderingen. Boks trouwt in 1940 en betrekt het pand Hoflaan 24 in Kralingen. Als de oorlog uitbreekt heeft hij nog niet veel gebouwd, maar door het bijzondere karakter van zijn huizen al wel enige bekendheid verkregen. Dit resulteert in de eerste volumineuze ontwerpen na de oorlog, die voor het overgrote deel niet zijn uitgevoerd. Hij tekent deze in een geïmproviseerd kantoor bij hem thuis, omdat zijn bureau aan de Willemskade in 1940 was afgebrand. Wel uitgevoerd werden het kantoor van de Stoomvaart Maatschappij in Vlissingen en de restauratie van de visbank in Vlaardingen.

Foto: M. Minderhoud / Wiki

In 1947 betrekt Joost Boks aan de Schiedamse vest 89 in Rotterdam een kantoorpand en krijgt het volgende jaar de opdracht voor Het Bouwcentrum in Rotterdam. Vermoedelijk heeft hij die gekregen van zijn vriend Jan van Ettinger, directeur van het Bureau Documentatie Bouwwezen. Er bestond toen nog geen systeem van inschrijvingen. Boks ontwierp een rond gebouw om daarin alle facetten van het Bouwcentrum goed tot uitdrukking te laten komen. Dit zou immers een centrum worden, waar het publiek kennis kon maken met alle partijen in de bouw, zoals architecten, aannemers en toeleverende bedrijven. Op het beperkte terrein gaf volgens Boks een rond gebouw de meeste mogelijkheden voor expositieruimte. Het bleek echter erg moeilijk van daaruit de al spoedig noodzakelijke uitbreidingen te realiseren. Hij loste dit op door er in 1955 een rechthoekig gebouw tegen aan te zetten. De beroemde Engelse beeldhouwer Henry Moore werd gevraagd een bakstenen reliëf op de gevel te maken. In 1965 en 1970 zijn hier nog uitbreidingen aan toegevoegd met medewerking van Wout Eijkelenboom en Bram Middelhoek. Boks ontwerpen waren geïnspireerd op het werk van Ludwig Mies von der Rohe, naast Walter Gropius de belangrijkste architect van de Bauhaus groep. Hij ging echter een stap verder door naar Zuid-Amerikaans voorbeeld monumentale kunst in zijn ontwerpen te integreren, die het geheel levendiger maakten.

Foto: F. Eveleens / Wiki | Bakstenen reliëf op de gevel van het Bouwcentrum in Rotterdam ontworpen door Henry Moore.

2.2 Samenwerking met Eijkelenboom en Middelhoek

In 1951 komt Wout Eijkelenboom als tekenaar op het bureau van Joost Boks werken, op de Schiedamse Vest 89 in Rotterdam. Hij wordt een jaar later gevolgd door Bram Middelhoek. Beiden moesten hun opleiding als architect onderbreken om in Indonesië dienst te doen. Boks stimuleert hen tijdens het werk de studies af te maken. Er is op het bureau veel werk en het driemanschap kan het aantal opdrachten nauwelijks aan. Naast een serie woonhuizen in Rotterdam, Hoek van Holland, Vlaardingen en de wijde omgeving (1950-55), ontwerpt en bouwt Boks het Deltahotel in Vlaardingen voor de plaatselijke Industriële Kring. Door de uitbreiding van de industrie aan de Waterweg ontstaat behoefte aan een hotel met allure om de verschillende industriëlen en ingenieurs aan de Deltawerken onderdak te kunnen geven. Het lage deel dat boven het water is gebouwd bevat het café restaurant, dat een wijds uitzicht biedt. Het hotelgedeelte bestaat uit een zes lagen tellend gebouw, dat dwars op het paviljoen is geplaatst. In een soort kraaiennest op de hoogste verdieping maakte Dolf Henkes een inmiddels vernietigde muurschildering. Boks heeft de omtrek van kraaiennest en andere onderdelen van het hotel geschetst en liet deze door Wout Eijkelenboom en Bram Middelhoek uitwerken. Beiden waren inmiddels afgestudeerd in Delft en beheersten de moderne technieken om de ontwerpen beter toepasbaar te maken. Hoewel Joost Boks in Het Deltahotel kunst had opgenomen, was er van een duidelijke integratie in het gehele ensemble nog geen sprake. In dezelfde periode ontwerpt hij een serie woonhuizen voor onder meer Leyenaar, Kuyck, Jonker en ook voor hem zelf. Van de grotere projecten kunnen worden genoemd: het kantoor van de Nieuwe Matex NV, Vlaardingen, het dorpshuis van Vierhouten en de bedrijfsgebouwen van het Nederlands Transportbureau (NTB) aan de Waalhaven en Willemskade in Rotterdam.

Foto: W.D. van den Top (WDVT) Wikipedia | Dorpshuis Horsterhoek Vierhouten

De integratie tussen architectuur en kunst zou een hoogtepunt bereiken in hotel Britannia aan de Boulevard Evertsen in Vlissingen. De architectuur van het paviljoen en de mozaïeken van Louis van Roode vormen daar een ondeelbare eenheid. Daardoor kreeg Britannia meer nog dan het Deltahotel een geweldig feestelijke uitstraling. Ook het interieur, meubilering, verlichting en verdere aankleding werd door Boks, in samenwerking met interieurarchitect C.L. W. Wirtz, ontworpen. Daardoor ontstond een totaal concept. Zowel Deltahotel als Britannia straalden alle aspecten van het uitgaansleven uit. Zij behoren tot het beste wat in de wederopbouw op dat gebied in Nederland is gemaakt.

Foto: NAi/Boks

De eerste horeca ondernemers hebben de beide hotels met het nodige respect bejegend, maar in de loop van de jaren zeventig zijn beide zwaar verminkt. De hoge lobby van Britannia werd in twee verdiepingen opgesplitst, waarbij het inwendige fries met mozaïeken is vernield. Aan de buitenkant zijn vervolgens overdekte terrassen aangelegd en de monumentale trap en betonraam afgebroken. Voor het bevestigen van het terrasdak is plaatselijk een sleuf in de mozaïeken gezaagd. Deze schade is echter wel te herstellen.

Foto: Archief Frank Berting | rechts de monumentale trap en betonraam

Tegelijk met de bouw van Britannia krijgt Joost Boks de eervolle opdracht het Holy Ziekenhuis in Vlaardingen te bouwen. Hij doet dit in samenwerking met Wout Eijkelenboom, Uitgangspunt van het ontwerp was om van de verschillende onderdelen van het Holy Ziekenhuis een geheel te maken. Dit gebeurt door eenheid in de architectuur met dezelfde maatvoering en in de kleur van de steen, zowel binnen als buiten. Voor de bouw van het ziekenhuis, die inclusief het ontwerpen 10 jaar zou duren, werd op het terrein een tijdelijk bouwbureau geplaatst. Hier is een combinatie van hoogbouw voor de zieken en verpleegsters met paviljoens voor de medische diensten tot een geheel gesmeed. Dit concept bleek bijzonder succesvol en bij latere uitbreidingen is dit niet aangetast. Een van de meest prestigieuze opdrachten was de bouw van het Nederlands paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Brussel (1958). Uit de ontwerpen van vijf geselecteerde architecten werd de inzending van Joost Boks verkozen. Dit is later gewijzigd na overleg met de andere architecten, die ieder een van de expositiehallen voor hun rekening namen. Vooral de onderdelen, die door Boks werden geconcipieerd, hadden een zeer open karakter, waarbij grote expositie-elementen zoals dijken en scheepsmasten door daken en zijwanden naar buiten steken, waardoor een speels effect wordt bereikt.

2.3. De maatschap Boks, Eijkelenboom en Middelhoek

In 1958 gaat Joost Boks samen met Wout Eijkelenboom en Bram Middelhoek een maatschap vormen. Hierdoor ziet hij kans, gedwongen door zijn verslechterende gezondheid, zich langzamerhand wat terug te trekken ten gunste van zijn partners. Ondanks grote projecten, zoals het Holy ziekenhuis in Vlaardingen en de fabriek en kantoorgebouwen van de Eerste Nederlandse Cooperatieve Kunstmestfabriek (ENCK) en de jeugdherberg 'de Windroos'(1963), gaat het de volgende jaren niet goed met het bureau. Het moet gedwongen afslanken van veertig naar dertien medewerkers.In 1960 ontwerpt Joost Boks samen met Wout Eijkelenboom het Nederlands carillon voor het Arlington Cemetary in Washington DC, dat invloeden vertoont van de Japanse architectuur. In dat zelfde jaar verhuist het bureau van de Schiedamse vest naar een eenvoudig wederopbouwpand Wijnhaven 69. Dit kwam door de moordende concurrentie van giganten als, van den Broek, Bakema, Groosman, Maaskant en Bakker, die vrijwel de gehele Rotterdamse bouwmarkt beheersten. Het laatste omvangrijke werk, dat duidelijk de signatuur van Joost Boks draagt is de nieuwbouw van sociëteit Minerva. Het hart bestaat uit een groot trappenhuis, verlicht door een dakraampartij met op de verschillende niveau's aansluitende open ruimten zoals eetzaal en conversatiezaal. Vanaf 1962 gaat zijn gezondheid snel achteruit als gevolg van de ziekte van Parkinson. Dit leidt tot een crisis in de maatschap. De jonge partners, die met hun gezin geheel afhankelijk zijn van de inkomsten uit het bureau, zijn bang, dat de toestand van Boks tot verlies van opdrachten zal leiden. In 1965 zal Joost Boks zich terugtrekken, maar wel tot zijn pensioen als raadgevend architect aan het bureau verbonden blijven. Wout Eijkelenboom neemt de leiding over en krijgt de eervolle opdracht het Nederlands paviljoen voor de wereldtentoonstelling 1967 in Montreal te ontwerpen. De buisconstructie het 'spaceframe', bestaande uit kubussen, waarbinnen een aantal zalen met ondermeer een maquette van de deltawerken, trekt veel belangstellenden. Samen met de Canadese architect Georg Weber krijgt Eijkelenboom de Reynolds Award een van de belangrijkste Amerikaanse architectuur prijzen.

Bekijk op de website van de VPRO over de Expo 67 het Polygoon Journaal van 18-5-1967 waarbij koningin Juliana het Nederland Paviljoen in Montreal opent.

2.4. EGM architecten

Ondanks grote waardering in de bouwwereld was het aantal grote opdrachten in het begin van de jaren zeventig beperkt tot het cultureel centrum de 'Lindenberg' in Nijmegen en wat woonhuizen. Dit was niet voldoende om het hoofd boven water te houden. Daarom werd in 1974 besloten te fuseren met het bureau van Gerritse, wat tot het ontstaan van EGM architecten leidt. Joost Boks zal het adviseurschap beëindigen, maar blijft wel in contact met Wout Eijkelenboom en Bram Middelkoop. Voorlopig blijven de beide vestigingen in Rotterdam en Dordrecht bestaan. EGM groeit in de jaren tachtig sterk, ondanks een crisis in de bouw. Er worden voor de projecten, zoals politiebureau in Lelystad, gerechtsgebouw in Dordrecht, gebouwen van de Technische Universiteit Twente, kantoorgebouw Alpha in Amersfoort en Academisch Ziekenhuis Utrecht nieuwe architecten aangetrokken. Deze vinden hun plaats in een nieuw kantoor aan de Oude Maas in Dordrecht, gebouwd door Wim Quist. Joost Boks zal dit niet meer bewust meemaken; hij overlijdt op 25 december 1986.

3. De mozaïeken van Louis van Roode

Louis van Roode, geboren in 1914, woonde en werkte vrijwel zijn hele leven in Rotterdam. Hij begon als graficus en schilder en werkte al op zijn veertiende bij een grafisch bedrijf en als reclametekenaar voor onder meer Philips. Na zijn opleiding aan de kunstacademie wilde hij architect worden. Vanaf 1943 ging hij schilderen in een expressionistische stijl. Als mede oprichter van de Argus groep begeleidde hij een aantal jonge kunstschilders. Zijn eerste belangstelling voor monumentale kunst groeide na WO II toen hij bekendheid kreeg door het bewerken van troosteloze zijgevels van flatgebouwen. Dit had ook te maken met de verwoesting van Rotterdam. De wederopbouw bood niet alleen aan architecten, maar ook aan kunstenaars nieuwe mogelijkheden. Het was de wens van veel kunstenaars om bij de herbouw niet als laatste aan bod te komen voor een opdracht. Zij wilden van het begin af aan bij het ontwerp worden betrokken. Dit lukte Louis van Roode steeds beter en zo kreeg hij opdrachten voor het Zuiderzeeziekenhuis en het museum Boijmans. Voor de vaak omvangrijke werken betrok hij een groter atelier en huurde een aantal assistenten in. De belangrijkste was Jeanette Markus, die later grafisch ontwerpster en docent aan de Academie voor Beeldende Kunsten werd. Een expositie van mozaïeken uit Ravenna inspireerde hem tot deze kunstvorm. Daardoor kon zijn werk ook beter worden geïntegreerd in de architectuur. Een eerste groot werk was het mozaïek met Erasmus op het Holbeinhuis in Rotterdam (1954). De volgende opdracht was een balkonbalustrade voor hotel Britannia in Vlissingen. Er moest eerst een model van het omvangrijke kunstwerk worden gemaakt. In de eerste fase leverde dit al problemen op, omdat geen fabriek geschikte tegels kon leveren. Louis van Roode ging zelf experimenteren met twee aangeschafte ovens en hij verdiepte zich in de technieken van het pottenbakken. In twee bakgangen produceerde hij het biscuit, waarna glazuur werd aangebracht en de onderdelen vervolgens weer de oven in gingen. Toen hij kon aantonen de techniek te beheersen verkreeg hij het certificaat van TNO, dat noodzakelijk was voor het gebruik van deze materialen aan de kust. Door de enorme omvang van het kunstwerk, dat in onderdelen moest worden geproduceerd richtte hij met een aantal medewerkers een keramiekfabriek op. Alleen al het produceren van de biscuit van de mozaïeken heeft een half jaar intensief werken van alle medewerkers in de mozaïekfabriek gekost. Daarna moest de totaliteit van 5.000 kilo in gedeeltes worden geglazuurd en weer de oven in om het af te bakken.Louis van Roode was in staat een palet van zestig kleuren samen te stellen. Het lukte hem echter niet helder oranje te maken, omdat het noodzakelijke uraanoxide niet meer te verkrijgen was. Het gehele mozaïek van totaal 84 meter werd in platen van 2-3 meter vervaardigd in platte houten bakken. De stukken keramiek werden in de natte specie geplaatst volgens een patroon dat van Roode eerst met een staaf had getekend. Na droging konden de platen tegen de balustrades van het balkon worden geplaatst. De voorstelling omvat een groot aantal zeedieren van schelpen, garnalen, zeesterren en kwallen tot kreeften tot zeeduivels en zaagvissen. Naast redelijk naturalistische afbeeldingen komen er ook veel fantasiedieren op voor. Met name de mozaïeken, die hij in 1960 tijdens de bouw van het hotel gedeelte heeft toegevoegd zijn veel minder figuratief. Hierin is goed de ontwikkeling van Louis van Roode waar te nemen. Zij vormen een voorloper op zijn meer abstracte periode, waarvan de westgevel van het Stationspostkantoor in Rotterdam een goed voorbeeld is. Dit totale gebouw inclusief de mozaïeken heeft een beschermde status verkregen, maar is belangrijk minder van kwaliteit dan Britannia, ook al door de geringere afmetingen van de versierde vlakken die in verschillende hoeken op de gevel zijn geplaatst (1955-58).
Foto's: Afb 1: Wiki/Jane Fresco, Afb 2: Wiki, Afb 3: Wiki/Abujoy, Afb 4: Wiki

4. De betekenis van Britannia

Uit de periode van de wederopbouw na de tweede wereldoorlog worden steeds meer gebouwen gesloopt of komen in de gevarenzone. Nu de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten zelf geen bescherming meer geeft en alles aan de gemeenten overlaat valt te vrezen, dat wederopbouw architectuur in snel tempo zal verdwijnen. Door de verwoestingen in WO II van belangrijke steden, zoals Middelburg en Vlissingen is Zeeland rijk aan architectuur uit de wederopbouw periode, maar dat wordt snel minder.Vooral in de particuliere sector is in ZW Nederland al veel verloren gegaan.

 

Mozaïeken Britannia

Hotel Britannia is een voorbeeld van integratie tussen architectuur en kunst dat in die sector in ZW Nederland vrijwel onovertroffen is. Enigszins vergelijkbaar zijn het Delta hotel in Vlaardingen , bouwcentrum (beiden ook van Joost Boks), Bijenkorf en postkantoor (met mozaïeken van Louis van Roode) in Rotterdam. Geen van allen vertonen echter een zo volledig organisch geheel van architectuur en toegepaste kunst als Britannia. Meestal betreft het een stuk muur waar een kunstwerk op is aangebracht, zoals bij het bouwcentrum in Rotterdam met baksteenreliëf van Henry Moore en betonnen sculptuur van Pablo Picasso. Het kan ook zijn dat er naast het gebouw een sculptuur wordt geplaatst die daarmee enige harmonie vertoont zoals bij de Bijenkorf in Rotterdam. Van dezelfde orde als Britannia is volgens ons alleen het Thalia filmtheater aan de Kruiskade in Rotterdam (1953-55), sinds 1996 café de Beurs. Hier vormen de plastieken en sgrafitto wandornamenten een geheel met de architectuur van het gebouw. Hieruit mag blijken hoe belangrijk het behoud is van de uitzonderlijke eenheid van architectuur met kunst, zoals in Britannia tot uitdrukking komt.

5. Reddingsoperatie

Aanvankelijk heeft de projectontwikkelaar van Britannia het plan opgevat het paviljoen te renoveren en te omringen met nieuwe hoteltorens. In een latere fase is hiervan afgezien en is voor het paviljoen een sloopvergunning aangevraagd en verkregen.Een deel van de mozaïeken zou dan elders geplaatst worden. Heemschut heeft zich daartegen verzet en de expertise ingeroepen van een restauratiebedrijf, dat ervaring heeft met verplaatsing van dergelijke omvangrijke kunstwerken, onder meer een ander mozaïek van Louis van Roode in het Rotterdams Medisch Centrum. Uit onderzoek door experts bleek dat de staat waarin de mozaïeken van Britannia verkeren nog opmerkelijk goed is en ook de constructie van het paviljoen zelf vertoont geen ernstige gebreken. Er is een offerte uitgebracht door de firma 'Art and Document Conservation' voor restauratie op locatie; de kosten hiervan bedragen € 60.000,-. Verwijdering van de mozaïeken, transport naar het restauratie atelier en herplaatsing op een nog te bepalen locatie, zoals de gemeente Vlissingen voorstaat wordt geschat op minimaal € 250.000,-.Uit de literatuur, aanwezig op het Nederlands Architectuur Instituut, bij EGM architecten, Universiteit van Maastricht en Stichting Stadsherstel Vlissingen, bleek dat Britannia een van de belangrijkste en tegelijk laatste redelijk gave gebouwen uit de wederopbouwperiode in Zeeland is. Het is dan ook opgenomen in het standaardwerk van NAI samen met RDMZ uitgebracht: 'Toonbeelden van de wederopbouw' door mw Prof. dr M.C. Kuipers (zie lijst ondersteunende instellingen). De bouwtekeningen zijn in het stadhuis van Vlissingen (afdeling bouwzaken) aanwezig en ook bij EGM architecten is een uitgebreid archief over Britannia. Dit archief zal vanwege zijn betekenis binnenkort naar het Nederlands Architectuur Instituut worden overgebracht. In een gesprek met de projectontwikkelaar, de voorzitter van de bedrijfsvereniging Vlissingen en Stichting Stadsherstel en is overeengekomen inspanningen te verrichten om het paviljoen als zodanig te restaureren, met wellicht enkele aanpassingen. De kosten hiervoor zullen hoogst waarschijnlijk lager uitvallen dan voor sloop en bouw van een armzalige doosvormige constructie op de bestaande fundamenten, volgens de plannen van projectontwikkelaar Loostad. Het geheel van de herstelwerkzaamheden zou volgens Heemschut moeten omvatten:Herstel van het front van het paviljoen met balkon en reconstructie van de trap. Restauratie van alle nog aanwezige mozaïeken, inclusief de in 1960 op het hotelgedeelte aangebrachte delen. Het in de oude vorm terugbrengen van de foyer, die nu in twee verdiepingen is opgesplitst. Op het interne balkon kunnen de mozaïeken afkomstig van het te slopen hotelgedeelte worden geplaatst. Herstel van de schouwburgzaal. Reconstructie van betonraam en terrassen inclusiefde zwarte kalkstenen wanden. In hoeverre de totaliteit van de voorgestelde restauratie en reconstructie kan worden uitgevoerd hangt af van overleg tussen de partijen. De onder 1 en 2 genoemde werkzaamheden zijn voor Heemschut essentieel om de uitstraling van dit unieke voorbeeld van wederopbouw te behouden.

Foto: Fons Wijnacker | Afgeschermde mozaïeken tijdens sloop hotelgedeelte 2010

6. Literatuur

d 'Ancona H. e.a., 1984. Nederlandse architectuur en stedebouw. Amsterdam, 98, 123 en 157.Architectuur en stedebouw in Drenthe 1850-1940. Monumenten inventarisatie- project1991; 89.Bakema, J.B., e.a. 1966. Expo Brussel. Het Nederlands paviljoen van de voor deze gelegenheid samenwerkende architecten. Tijdschrift voor Architectuur en Beeldende Kunsten 15; 347.Boks J.W.C.,1939. Zomerhuis te Oud-Millingen. Bouwkundig Weekblad, 1939 nr 3, 24-2.Boks J.W.C., 1955. Delta Hotel, Vlaardingen. Bouwkundig Weekblad 29-30; 345-349. Boks J.W.C.,1955. Britannia hotel te Vlissingen. Bouwkundig Weekblad 29-30; 350-355.Boks J.W.C., 1965. Sociëteit Minerva te Leiden. Bouwkundig Weekblad 9; 160-164. Broek van den J.H., 1948. Het Bouwcentrum te Rotterdam. Bouwkundig Weekblad 43; 377-382.Broek van den J.H., 1958. 50 jaar Nederlands bouwen. Bouwkundig Weekblad 50-51; 581-604.Cate ten G., 2003. EGM architecten. Uitgeverij 010, RotterdamDuintjer M.F., 1953. Bijzondere gebouwen. Forum 4/5; 166-171.Elffers C., 1940. Wij bouwen weer, Bouwkundig weekblad Architectura nr 48; 386-388.Ettinger J. van, 1956. Het bouwcentrum in zijn nieuwe gedaante. Bouw nr 15; 305-339.Hendriks J.P.L., 1948. Ontwerp voor een Zweeds kerkje te Rotterdam. Bouwkundig weekblad nr 20; 161-163. Holt G.H., 1946. Heineken's bierbrouwerij op zoek naar bekwame architecten. Forum nr 9, 247-257.Horn L., 1956. Architect & Beeldende Kunst. Forum nr 8; 268-171. Kalff L.C., 1947. Het oorlogsmonument te Eindhoven Áll glorious within' het ontwerp van ir J.W.C. Boks. Bouw; 330. HendriksKluyver P., 1939. Kinderbewaarplaats te Rotterdam de 8 &Opbouw 14; 139-142.Kuipers M.C. (red.), 2002. Toonbeelden van wederopbouw; p. 161. Waanders, Zwolle.Leupen J., 1961. Meervoudige opdracht voor een Provinciehuis van Overijssel te bouwen in Zwolle. Bouwkundig Weekblad 8; 153-172.Mieras, J.P., 1947. 'All glorious within'. Bouwkundig Weekblad nr 35; 275-277.Mieras J.P., 1947. Het gebouw voor het Nederlandsche Bouwcentrum te Rotterdam. Bouwkundig Weekblad 16; 123-127.Mieras J.P., 1958. Liber amicorum. Bouwkundig Weekblad nr 52; 613-614.Pot-Keegstra J.F., 1958. Wereldtentoonstelling 1958 Brussel. Bouwkundig Weekblad 31; 379-389.Praag M.M van, 1966. Nederland bouwt. Nauta reeks Alphen aan de Rijn; 57-60 en 69.Ravensteyn S. van, 1961. Meervoudige opdracht voor een stadhuis in Dordrecht. Bouwkundig Weekblad 12; 237-256.Rontgen F.,1967. Uitbreiding van het Bouwcentrum te Rotterdam.Polytechnisch Tijdschrift B; 1034-1036.Richards J.M., 1961. Moderne architectuur. Phoenix pockets Zeist. P.103.Roos D.,2004. Het Mozaïek aan de Boulevard. Stadsveste Vlissingen jrg 1, nr 1; 12-16.Steur A.,1949. Bij en over het gebouw van het Bouwcentrum. Bouwkundig Weekblad nr 8; 93-100.Tijen W. van, 1956.Die les van Vlaardingen 'het kan wel'. Forum nr 11; 379.Thunnissen A.W.P., 1960. Het huis een gezicht op de straat? Tijdschrift voor Architectuur en Beeldende KunstenVries, K.L. de, 1970. Bouwcentrum in een nieuw huis. Bouw nr 25; 1066-1079.Vriend J.J., 1959. Nederlands bouwen na 1945. Amsterdam,160-163.Vriend J.J., 1966. Moderne gevels en hun problemen. Bouwwereld 12; 1190-1195.Weber R.E.J., 1949. Het Bouwcentrum te Rotterdam als Museumgebouw. Forum 7; 265-267. Winter P.P. de, 1982. Havenarchitectuur. Een inventarisatie van industriële gebouwen in het Rotterdamse havengebied.Rotterdam 1982, p.81Zuiderhoek D., 1953. Dorpshuis te Vierhouten. Bouwkundig Weekblad nr 51-52; 413-419.

Bron: Erfgoed Vereniging Heemschut